Column Christophe W Christophe Landuyt is hoofdWeg met de stationsbuffetten beurzenvak. Deze keer: deskundige kent hij alle ins en outs van het Expovisie in België. Als beursredacteur van het liefst borrelen in het stationsbuffet? (…) Café Lowietje De één gaat voor een ‘mojito’ in een loungebar met Boeddha-muziek op de achtergrond, de ander hangt liever in Café Lowietje met een pilsje aan de toog en weer een ander staat op het Stadhuisplein met een Breezer mee te hossen op Après-skimuziek. Het moge duidelijk zijn: zoveel mensen, zoveel wensen. Maar níemand gaat doodleuk in een stationsbuffet zitten pimpelen. Technisch gezien kan het, maar stationsbuffetten zijn daar niet voor gemaakt. Stelling met valstrik Nog even proberen: hand omhoog iedereen die vindt dat beursorganisatoren méér kunnen/moeten doen om bestaande klanten (tevreden) te houden. Ziezo, dat lucht op! Toegegeven, het is een stelling met een valstrik. Er is een verschil tussen kunnen en moeten. En er is een verschil tussen houden en tevreden houden. Maar ze houden allemaal verband met elkaar, - en ze zijn er samen verantwoordelijk voor dat beursdeelnames door het gros van de bedrijven nog steeds niet voor ‘vol’ worden aangezien. Ook hier weer: ‘vol’ is een abstract begrip, maar u begrijpt ongetwijfeld wat ik bedoel. Het is besmettelijk Zowel voor, tijdens als na een beurs hoor ik gezeur, véél gezeur. Over van alles en nog wat. Vaak onterecht, maar het is er wel en het is besmettelijk. Je kunt als organisator doen alsof er niks aan de hand is, maar vroeg of laat krijg je al dat gezanik vol in het gezicht. Aan dat gezeur moet je iets doen. En… je kúnt er iets aan doen. Driekwart van het geëmmer ontstaat door een - al dan niet vermeend - gebrek aan informatie. Exposanten voelen zich voor voldongen feiten geplaatst en hebben het gevoel dat ze nergens verhaal kunnen halen. Die frustratie komt zelden of nooit aan de oppervlakte; ze blijft onderhuids gisten. Je hebt een bijzonder talent nodig om a) die sluipende ontevredenheid in een vroeg stadium te detecteren, b) op een galante manier de angel eruit te halen en c) exposanten mee te krijgen in een elan van enthousiasme en optimisme. Mozes en Mies Bouwman hadden het, Louis van Gaal ook, maar verder… LANDUYT elkom bij het spelletje ‘Zeg me waar je doorzakt en ik zeg je wie je bent’. Hand omhoog: wie gaat op donderdagavond Personencultus Beursorganisaties zijn als de dood voor ‘personen cultus’. Ik zet het begrip even tussen aanhalingstekens, omdat er naar mijn gevoel een wereld van verschil is tussen een persoonlijke benadering (van klanten) en personencultus. De relatie tussen beursorganisator en exposant wordt steeds objectiever; alle interactie is geurloos, kleurloos, smaakloos en geslachtloos. Het gaat steeds meer over cijfers en prestatie-indicatoren. De (klein)menselijke overwegingen worden er steeds zorgvuldiger uit weg gefilterd. Op zich is een nuchtere, zakelijke benadering een goede zaak. Het zorgt er meestal voor dat het evenement goed aansluit bij de verwachtingen van de doelgroep, inclusief bevredigende en becijferbare resultaten. De vraag is alleen: wat doen we met al die aspecten van een zakelijke relatie die niet becijferbaar zijn? Tussen haakjes zetten helpt niet, want ze blijven op de achtergrond meespelen. Walkie-talkie Terug naar de man of vrouw die het gezicht van een beurs hoort te zijn. Te vaak zie ik die mensen druk-druk-druk met allerhande dingen in een walkietalkie roepen. Het gaat over welke parkeergarages bijkomend open moeten, over een beamer in de workshop die het niet doet, over een hoekje tapijt dat losgekomen is, over een wagen die fout geparkeerd staat… Zijn dat de kerntaken van de beursorganisator? Neen! Die man of vrouw hoort van ’s morgens vroeg aan de koffie te zitten, gezellig kletsend met een handvol exposanten, de beursvloer op te gaan en hier en daar te informeren hoe de zaken lopen, een enkele keer halt te houden om een ouwe zeur wat op te beuren. Beminnelijk, bereikbaar en aanspreekbaar aanwezig zijn, dáár gaat het om! Een warm gevoel Beursorganisatoren kunnen en moeten beter dan het doorsnee stationsbuffet. Het gaat niet om effe snel wat dingen op een dienblad flikkeren, afrekenen en klaar. Het gaat om een warm gevoel dat je als klant krijgt, het gevoel omringd te worden met aandacht. Let er eens op de volgende keer dat u een aflevering van Baantjer bekijkt: als De Cock zijn pilsje bestelt, gaat Lowietje met gekruiste armen op de toog hangen. Eén en al oor, één en al aandacht, één en al geduld… s 069 Pagina 68

Pagina 70

Voor PDF-en, online whitepapers en onderzoeksrapporten zie het Online Touch CMS systeem. Met de mogelijkheid voor een webwinkel in uw archief.

Expovisie winter 2011 Lees publicatie 2Home


You need flash player to view this online publication